OPROEP: ONDERZOEK DRUKHANDHAVING DOOR STIKSTOFINJECTIE IN GASVELD  GRONINGEN!

Lees hier ons meest recente rapport.

Onze reactie op de TNO rapporten:

 

Zowel NAM, SodM als EZK verwijst naar onderzoeken van TNO ter onderbouwing van hun afwijzing van stikstofinjectie omdat dat mogelijk de seismiciteit zou kunnen verergeren. Wij hebben daarom uiteraard contact opgenomen met TNO en een gesprek met hun hierover gehad.

 

De betreffende TNO rapporten zijn hier (link) te vinden.  https://www.nlog.nl/en/induced-seismicity

 

We hebben na discussie met TNO specialisten geconcludeerd dat dit rapport van TNO geen basis zijn om druk stabilisatie middels N2 injectie af te wijzen.

 

De berekeningen in deze rapporten zijn gedaan voor een fictief Rotliegendes reservoir waarin de drukken overal met 50 bar verhoogd worden (van 70 naar 120 bar; dit was gespecificeerd in de opdracht van NAM aan TNO). Conclusies over injectie in het Groningen reservoir waarbij de drukken lokaal met max 10 a 20 bar worden verhoogd (in een heel klein gebied vlakbij injectieputten) zijn daarom niet mogelijk. Onze berekeningen laten zien dat deze minimale drukverhogingen zeer goed haalbaar zijn bij lage productievolumes.

 

TNO heeft ons gevraagd de correspondentie met hen niet te publiceren maar partijen die meer willen weten te verwijzen naar TNO. 

TNO heeft ook aangegeven het niet als haar verantwoordelijkheid te zien om te controleren of commentaar te geven op hoe haar rapporten gebruikt worden in het publieke debat en besluitvorming. 

 

Als overleggroep waarderen we de open manier waarop TNO ons te woord heeft gestaan en vragen heeft beantwoord maar zijn ook zeer teleurgesteld over het feit dat we die informatie niet publiek mogen delen. Dat terwijl er door alle betrokken partijen zoveel twijfel is gezaaid over de risico’s van stikstofinjectie op basis van rapporten die in feite (ook volgens TNO!) niet direct toepasbaar waren op de situatie in Groningen.

 

 

Sterker nog, wij hebben eigenlijk het werk gedaan dat NAM en EZK hadden moeten initiëren op basis van de TNO rapporten, nl een drukhandhavingsplan maken waarbij de belangrijkste aanbeveling in het TNO rapport (nl minimaliseer de locale drukverhoging) opgevolgd wordt en waardoor het risico van ‘injectie-seismiciteit’ minimaal is geworden (en zeker aanzienlijk lager dan de risico’s bij verdere drukdaling).   


Alhoewel het risico-technisch gezien misschien correct is om het versterkingsprogramma nu significant te verminderen is er maar één ernstig bevings-incident voor nodig om deze strategie weer omver te halen. Wij pleiten daarom nog steeds voor het onderzoeken hoe en hoe snel drukhandhaving (door stikstof of andere opties) het best kan worden uitgevoerd. Het is de enige ‘regel-mogelijkheid’ die nog over is in geval van een zwaardere beving (de productie is immers al zo ver mogelijk gereduceerd).    

 

Bevordering veiligheid in Groningen
Brief aan minister Wiebes – 9 april 2018

 

9 april 2018


Overleggroep Groningen 2.0
Ir. Margriet Kuijper
Tynaarlosestraat 62
9481 AE Vries

Aan:
De minister van Economische Zaken en Klimaat,

ir. Eric D. Wiebes MBA
Postbus 20401

2500 EK Den Haag


kopie:
Tweede Kamer der Staten-Generaal Mijnraad
Vaste commissie voor EZK
Betreft: Bevordering veiligheid in Groningen


Geachte minister,


De Overleggroep Groningen 2.0 heeft kennis genomen van uw brief van 29 maart j.l. waarin u aangeeft dat de gaswinning uit het Groningenveld op zo kort mogelijke termijn volledig wordt beëindigd omdat dit, naar de opvatting van het kabinet, de beste manier is om de veiligheid en veiligheidsbeleving in Groningen te garanderen. In uw plan zou volledige beëindiging rond 2030 plaats kunnen vinden
In uw brief geeft u aan dat met het volledig beëindigen van gaswinning uit het Groningenveld “de oorzaak van het aardbevingsrisico [wordt weggenomen]”. De Overleggroep deelt deze opvatting niet. De aardbevingen die naar verwachting nog in Groningen zullen plaatsvinden hebben immers drie oorzaken:
- De eerste oorzaak is de drukverlaging in het veld die door aardgaswinning heeft plaatsgevonden. Oorspronkelijk bevatte het Groningenveld 2800 miljard kubieke meter (bcm) aardgas en had het gas een druk van bijna 350 bar. Inmiddels is uit het veld bijna 2200 bcm gewonnen. Omdat de druk in het veld met ieder 8 bcm die is gewonnen met ongeveer 1 bar verlaagd, is de gemiddelde druk in het veld thans circa 75 bar. Deze drukverlaging heeft tot compactie van de bodem geleid, met bodemdaling en aardbevingen als gevolg. Het is zeer wel denkbaar dat de al gerealiseerde compactie ook in de komende jaren nog tot aardbevingen leidt. Het is heel moeilijk zo niet onmogelijk daar nog iets aan te doen.
- De tweede oorzaak is de drukverlaging die nog zal plaatsvinden door de winning van aardgas die tot (tenminste) 2030 nog zal plaatsvinden. Uitgaande van gemiddelde temperatuursjaren schat u deze hoeveelheid in op totaal zo’n 80 bcm. Eerder kwam TNO met een schatting van ongeveer 120 bcm en GTS op ongeveer 180 bcm. Als we aannemen dat tussen nu en 2030 nog 80 tot 120 bcm aan het Groningenveld wordt onttrokken, zal dit tot een drukverlaging in het veld met gemiddeld 10 tot 15 bar leiden. Verwacht mag worden dat ook deze onttrekking tot aardbevingen zal leiden, mogelijk zelfs bevingen die krachtiger zijn dan de bevingen die tot op heden in Groningen hebben plaatsgevonden. In het thans voorgestelde beleid wordt niets gedaan om dit risico te mitigeren terwijl daarvoor wel mogelijkheden bestaan.

- De derde oorzaak is het drukverschil dat thans bestaat tussen het noordelijke deel van het Groningenveld (nabij Loppersum) en het zuidelijke deel. Gaswinning vindt nu al een aantal jaren voornamelijk, en sinds kort uitsluitend, in het zuidelijke deel plaats. Hierdoor bestaat tussen het noordelijke en het zuidelijke deel thans een drukverschil van ruwweg 20 bar. Terwijl de druk in het Noordelijke deel thans ruwweg 85 bar bedraagt, is deze in het zuidelijke deel ruwweg 65 bar. Winning van nog eens 80 tot 120 bcm aardgas leidt tot verdere verlaging van deze drukken, maar vervolgens – na volledige beëindiging van de winning, tot verdere drukverlaging in het noordelijke deel en drukverhoging in het zuidelijke deel – totdat de druk in het veld egaal is. De drukdaling in het Noordelijke deel zal daarom na einde productie nog 5 tot10 jaren doorgaan. In het thans voorgestelde beleid wordt aan de drukdaling bij Loppersum als gevolg van het egaliseringseffect niets gedaan. Dit is opmerkelijk omdat het aardbevingsrisico in het noordelijke deel van het veld (nabij Loppersum) thans het grootste lijkt en er mogelijkheden bestaan om in het noordelijke deel de drukdaling als gevolg van de egalisering van de drukken in het veld tegen te gaan.


Gezien bovenstaande, is de beste manier om de veiligheid in Groningen te garanderen in onze visie een andere dan de manier die u voor ogen heeft. Uiteraard draagt een snelle afbouw van aardgaswinning uit het Groningenveld bij aan reductie van het aardbevingsrisico vergeleken met een scenario waarin – zonder aanvullende maatregelen – langer wordt doorgegaan met de winning van aardgas. De veiligheid kan in Groningen echter sneller en en in sterkere mate worden vergroot door drukverlaging in het veld zo snel mogelijk tegen te gaan. Dit kan door het injecteren van een vervangend gas in (voornamelijk) het noordelijke deel van het Groningenveld. Daarbij kan aan injectie van stikstof worden gedacht, maar wellicht ook aan een of meerdere andere gassen (zoals tijdelijk wellicht hoog-calorisch aardgas).
Verkenningen naar deze optie zijn door de NAM vooral in de jaren 2012-2015 uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn ook onder de aandacht van het kabinet gebracht. In het verlengde van de verkenningen heeft de Mijnraad u in 2016 geadviseerd het tegengaan van bodemdaling (en de daarmee samenhangende bevingen) via drukhandhaving door stikstofinjectie nader te onderzoeken. Ook de Special Advisory Committee inzake de aardgaswinning in Groningen heeft dit in 2016 geadviseerd.
Voor zover wij weten heeft dit alles bij het kabinet niet tot het ontwikkelen van een expliciete visie op de mogelijkheid van drukhandhaving geleid. Ook heeft het niet tot een openbaar beraad over deze optie met de provincie Groningen geleid of tot een gedachtenwisseling met de Tweede Kamer. Dit bevreemdt ons. Daarom hebben we u op 11 januari j.l., in een open brief, gevraagd alsnog aandacht te geven aan deze optie.
Samengevat was in de brief van 11 januari ons verzoek: ‘Laat snellere manieren om bevingen in Groningen tegen te gaan onafhankelijk onderzoeken’. In de brief hebben we dit verzoek toegelicht. De brief is door ons tevens op een open website geplaatst, te weten de site www.overleggroepgroningen2punt0.nl .
Op deze website hebben we op 2 februari j.l. – in aanvulling op de brief – ook een projectplan voor drukhandhaving gepubliceerd. De titel van dit plan luidt ‘Bevingsreductie door Drukhandhaving in het Gasveld Groningen’.

Tot onze verbazing gaat het kabinet, blijkens uw brief aan de Tweede Kamer van 29 maart j.l., opnieuw voorbij aan de optie van drukhandhaving door stikstofinjectie, als een aanvullende maatregel om zo snel mogelijk tot veiligheid in Groningen te komen. Graag zouden wij vernemen waarom u (c.q. het kabinet) niet op de mogelijke voor- en nadelen van deze (aanvullende) optie bent ingegaan. Ook willen wij u (c.q. het kabinet) verzoeken dit alsnog te doen.
Het debat over bezwaren van drukhandhaving door stikstofinjectie
Als bezwaren tegen drukhandhaving door stikstofinjectie zijn door verschillende betrokkenen in de afgelopen jaren twee hoofdpunten genoemd. Deze hoofdpunten zijn:
(1) de optie is te duur en heeft teveel impact op het landschap, en (2) aan het injecteren van een gas in het Groningenveld kleven mogelijk aanzienlijke veiligheidsrisico’s. Beide punten snijden in onze visie geen of onvoldoende hout. Hieronder zullen we dit toelichten.
Ad (1): ‘De optie is te duur en heeft teveel impact op het landschap’
Dit bezwaar is terug te voeren op de studie naar stikstofinjectie die de NAM in 2012 heeft gedaan en in 2013 heeft gepubliceerd. De verschillen tussen het oude NAM plan en het plan dat nu toegepast zou moeten worden zijn echter levensgroot.
De belangrijkste reden hiervoor is dat NAM in 2012/2013 van een veel hoger winningsniveau van aardgas uitging, te weten 30-42 bcm per jaar. Ook werd aangenomen dat vrijwel al het nog aanwezige aardgas - thans nog zo’n 600 bcm – uit het veld gehaald zou worden. Dit beeld is in 5 jaar tijd drastisch veranderd. Nu wordt zo snel als mogelijk gestreefd naar een afname van het huidige winningsniveau van 20-22 bcm per jaar naar minder dan 12 bcm per jaar en vervolgens naar nul.
Omdat het winningsniveau van aardgas waarnaar nu wordt gestreefd binnen 5 jaar veel lager is dan NAM in 2013 veronderstelde, is de hoeveelheid stikstof die jaarlijks voor drukhandhaving geïnjecteerd moet worden ook veel geringer. De te realiseren fabriek om stikstof te produceren kan daardoor een factor 3 tot 4 kleiner zijn dan NAM in 2012/2013 dacht. Dit leidt tot substantieel lagere kosten.
In 2012/2013 ging NAM ervan uit dat de stikstof in het gehele Groningenveld zou moeten worden geïnjecteerd, waarvoor tot zo'n 25 injectieputten nodig zouden zijn. Thans gaat het in principe om injectie van stikstof in alleen het noordelijke deel van het Groningenveld, nabij Loppersum, waarvoor in totaal ca. 10 putten nodig zijn (en 2 putten als reserve). Dus wederom een kostenverlaging.
De injectieputten hoeven in het nieuwe plan niet nieuw aangelegd te worden, omdat voor injectie in principe winningsputten kunnen worden gebruik die inmiddels zijn gesloten (in totaal zo'n 50 putten). Ook dit vormt een kostenbesparing. Wel is denkbaar dat in bepaalde situaties het nuttig kan zijn toch een nieuwe injectieput te slaan.

In 2012/2013 ging NAM ervan uit dat het vrijwel al het aardgas uit het Groningenveld gehaald zou worden. Door tijdens de winning van dit aardgas stikstof te injecteren zou na enkele jaren de geïnjecteerde stikstof in toenemende mate bij de winningsputten weer worden opgepompt. Daarom zou bij iedere cluster van winningsputten een zogenaamde Nitrogen Rejection Unit (NRU) moeten worden gebouwd – in totaal zo’n 23 NRU’s. Met een NRU wordt het teveel aan stikstof uit het opgepompte gas gehaald en vervolgens weer terug in het veld gepompt. Omdat de aardgaswinning de komende jaren alleen nog in het zuidelijke deel van het Groningenveld – ver weg van het gebied waar stikstofinjectie voor drukhandhaving plaatsvindt – en ook het streven is om de aardgaswinning zo snel als mogelijk af te bouwen, zijn deze NRU's niet meer nodig. Dit scheelt zeer aanzienlijk in de kosten.
En tot slot: omdat de stikstoffabriek een factor 3 tot 4 kleiner kan zijn, de NRU's niet meer nodig zijn, en de injectie van stikstof in alleen het noordelijke deel plaatsvindt, is de impact op het landschap van de aan te leggen infrastructuur aanzienlijk kleiner dan in 2013 werd gedacht.
Ad (2): ‘aan het injecteren van een gas in het Groningenveld kleven mogelijk aanzienlijke veiligheidsrisico’s’
Aan het injecteren van een gas ter handhaving van de druk gaat in ons plan een korte periode van onderzoek en proefinjecties vooraf. Dit moet de uiteindelijke injectie van stikstof voor drukcompensatie binnen 4 tot 5 jaar veilig en verantwoord mogelijk maken.
Voor de injectie van stikstof zijn waarschijnlijk ca. 10 putten nodig. Per put zal jaarlijks 0,4 bcm tot (maximaal) 1 bcm stikstof worden geïnjecteerd. Deze injectie gaat gepaard met een drukverhoging nabij de injectieput van 10 tot (maximaal) 20 bar. Op 20 meter van de put is deze drukverhoging naar verwachting al gehalveerd. En op 100 meter afstand is van drukverhoging nog maar heel beperkt sprake.
Door bij de injectie op voldoende afstand van breuklijnen te blijven is er naar verwachting nauwelijks sprake van een veiligheidsrisico. Wel moet ervoor worden gewaakt dat drukverschillen over breuklijnen nauwelijks toenemen en zo mogelijk zelfs afnemen.
Voor zover er wel een veiligheidsrisico bestaat moet deze worden afgewogen tegen het risico dat verdere drukverlaging door de resterende aardgaswinning oplevert evenals drukverlaging in het Noorden door de egalisering van de druk in het gehele veld na beëindiging van de aardgaswinning. In onze visie slaat de veiligheidsbalans hierbij zonder meer door ten voordele van drukcompensatie door stikstofinjectie.
Ook willen we opmerken dat ons geen voorbeelden bekend zijn van bevingen als gevolg van injectie van een gas in een aardgasveld zolang de injectiedruk substantieel beneden de oorspronkelijke druk van het gasveld blijft. Ook willen we opmerken dat in dit verband door sommigen is of wordt verwezen naar een studie van TNO waarin dit veiligheidsrisico toch zou zijn te vinden. Echter, kennisname van dit rapport laat zien dat voor dit risico geen empirisch bewijs bestaat. In veel van de gerefereerde gevallen was er sprake een substantiële drukverhoging in een veld, terwijl in ons plan de druk in het meest kwetsbare deel van het veld (nabij Loppersum) stabiel wordt gehouden.

Verwachte voordelen van drukhandhaving door stikstofinjectie
Na de bespreking van mogelijke nadelen van stikstofinjectie willen we ook enkele mogelijke voordelen noemen:
- Door drukhandhaving vermindert de frequentie van aardbevingen per gewonnen bcm aardgas. Ook de grootte van mogelijk nieuwe bevingen wordt naar verwachting beperkt. Dit verkleint het veiligheidsrisico. Daarnaast leidt het tot minder schade aan panden die hersteld moet worden. Het aanzien van het gebied wordt beter behouden. Denkbaar is dat de versterkingsoperatie kan worden beperkt en dat meer momumentale panden voor het nageslacht behouden blijven.
Denkbaar is ook dat de kosten die hiermee worden voorkomen ruimschoots opwegen tegen de kosten van stikstofinjectie.
- Door de mogelijkheid van drukhandhaving door stikstofinjectie te realiseren ontstaat een knop waaraan gedraaid kan worden teneinde het bevingsrisico zo klein mogelijk te maken. Zonder deze knop kan slechts worden afgewacht hoe de ondergrond op verdere drukverlaging reageert.
- Bij gebleken succes van het toepassen van drukhandhaving kan worden overwogen toch meer aardgas uit het Groningenveld te halen. Dit beperkt de noodzaak van import van aardgas en kan omvangrijke baten voor de schatkist opleveren die onder meer ingezet kunnen worden voor de transitie naar een duurzame energiehuishouding – primair in Groningen zelf.
Aanvullende informatie is te vinden op de website: www.overleggroepgroningen2punt0.nl
Graag vernemen we uw reactie op deze brief. Uiteraard zijn wij bereid de brief nader toe te lichten.


Met vriendelijke groet,


De Overleggroep Groningen 2.0
- Ir Margriet Kuijper
- Marjon Edzes MGM
- Prof. Dr Wim Turkenburg
- Ir Pieter Kapteijn
- Fritz Seeberger, MSc

Antwoord van EZK 18-05-2018 
Antwoord aan EZK 01-06-2018 
 

03-04-2018 

 

Nu even doorpakken minister Wiebes!

Het historische besluit van minister Wiebes is helaas maar een half besluit en daarom gedoemd te mislukken. Het claimt een keerpunt te zijn in de veiligheid en veiligheidsbeleving maar daar moet toch nog tot 2030 op gewacht worden omdat we tot die tijd nog gas nodig hebben uit het Groningen veld en de drukdaling en bevingen dus door blijven gaan.

Dat leidt tot een aantal problemen die niet moeilijk te voorspellen zijn:

1.      Het stoppen of verminderen van het versterkingsprogramma (zodat Groningen Groningen kan blijven) zal moeilijk worden. De gebruikelijke adviseurs (SodM, KNMI, TNO, NEN) hebben tot nu toe bij elke onzekerheid ervoor gekozen om zeer conservatieve aannamen te doen; voor de zekerheid.  Hierdoor voldoet geen enkel gebouw in de regio aan de NEN-norm en dat zal niet snel beter worden met een beetje lagere productie. En wie zou dat durven te adviseren aan de minister dat het verantwoord is om een groot deel van de woningen niet te versterken? Tel daarbij op dat meerdere woningeigenaren (en zeker de coöperaties) zich al verzoend hadden met het idee van een mooie, nieuwe, duurzame woning, en je kan op je vingers aftellen dat dit een heel moeilijke discussie gaat worden die tot verdere irritaties en conflicten gaat leiden.  

2.      Er komt geheid nog een zwaardere beving in de komende 12 jaar. Regeren is vooruit zien…dus de regering zou een plan moeten hebben wat te doen als er over een paar jaar toch bijvoorbeeld een 3.8 beving optreedt. Er is weer veel schade en de bevolking is boos want wil zo niet verder in onversterkte woningen tot 2030….. Er moet actie genomen worden. Maar wat? Toch weer gaan versterken? Nog een stikstoffabriek bouwen om nog meer gas te kunnen importeren? Dit zijn beiden geen zinvolle acties meer als de gaskraan in 2030 dicht zal gaan.  

3.      Er komt een conflict met Rusland (of het MH17 onderzoek wijst Rusland als schuldige aan) en er moet actie worden genomen tegen Rusland. En Rusland draait de gaskraan een stuk dicht in reactie op de sancties. Wat doen we dan? Door overmacht toch weer wat meer produceren uit het Groningen veld? Of mensen/bedrijven afsluiten?

4.      Als de minister echt wil vasthouden aan de 10-5 norm (veiligheid) dan zal de productie nog minstens een factor 10 omlaag moeten, dus naar 1,2 miljard m3/j. Dat gaat pas tegen 2030 lukken dus dat betekent dat (volgens de NEN/SodM normen) de bewoners nog tot 2030 in woningen wonen die formeel onvoldoende veilig zijn.

En dat is jammer, want er is een voor de hand liggende optie die al deze problemen kan helpen ondervangen en ook nog eens beter voor het klimaat en de portemonnee is.

En die optie is: zo snel mogelijk zorgen voor stabiele drukken in het Groningen gasveld.

Want, in tegenstelling tot wat de minister constant roept is het niet de gasproductie zelf die aardbevingen veroorzaakt maar de drukdaling in het gasveld is de oorzaak van de bevingen.

En zoals de minister zelf heeft aangetoond, zelfs met de beste wil van de wereld zal er nog tot 2030 gas geproduceerd worden en dus ook nog drukdaling zijn in het veld. En erna komt nog een stabilisatieperiode waarin ook nog lokale drukdaling kan optreden.

Maar er is geen enkele reden dat de drukdaling (en dus bevingen) net zolang moet duren als de gasproductie!

Als de politieke wil en draagvlak er is kan op veel kortere termijn begonnen worden met stabilisatie van de Groningse bodem door injectie van een gas (het meest voor de hand ligt stikstof, maar Russisch gas zou ook een tijdelijke optie kunnen zijn totdat er voldoende stikstof beschikbaar is).

Dus: leg de motor van de bevingen stil!

Drukdaling is een gevolg van NETTO gasproductie. Dus zodra je er net zoveel gas instopt als uithaalt dan gaat de NETTO gasproductie naar nul en zal ook de drukdaling naar nul gaan. En daarmee wordt de motor van de bevingen stil gelegd.  Dat kan veel sneller bereikt worden dan dat de gasproductie naar nul gaat.

Wij roepen de minister daarom op om nu door te pakken en zo snel mogelijk de mogelijkheden van drukstabilisatie verder te laten onderzoeken en bespreken, en te zorgen dat tegen de tijd dat de productie terug is naar 10 a 12 miljard m3/jaar dat er dan ook eenzelfde volume aan compensatiegas geïnjecteerd kan worden.

Wat zijn de voordelen van het combineren van productieverlaging met drukstabilisatie:

1)     De periode dat er nog bevingen mogelijk zijn waarvoor versterkt moet worden wordt dan zo kort dat zelfs de meest conservatieve adviseur het hopelijk aandurft om te concluderen dat ingrijpende versterking/sloop/nieuwbouw niet meer noodzakelijk is.

2)     In plaats van versterken zou aan iedereen een verduurzamingspakket kunnen worden aangeboden (isolatie plus hybride warmtepomp bv). Hierdoor wordt een tweedeling in de samenleving voorkomen (mensen die wel en niet een versterkt/nieuw huis krijgen) en gaat iedereen er toch op vooruit.

3)     Eventueel kan een uitbreiding van de koopregeling worden overwogen zodat mensen die weg willen weg kunnen (als men het tijdelijke nog verhoogde risico niet acceptabel vindt). Deze woningen kunnen vervolgens verduurzaamd voor een aantrekkelijke prijs op de markt gebracht worden.

4)     De nog te verwachten schades aan gebouwen en monumenten wordt aanzienlijk verminderd. Groningen kan echt Groningen blijven.

5)     Er is een mogelijkheid om in te grijpen mochten er bevingen op blijven treden, ook na het stoppen van productie. Immers, dat is ook nog een onzekerheid. Door drukverhoging kunnen de spanningen in het veld verminderd worden (zie voorbeeld als Bergermeer) indien nodig.

6)     Mocht er tijdelijk meer gas nodig zijn (door bv een diplomatiek conflict met Rusland) dan kan door tijdelijk meer compensatiegas te injecteren de NETTO productie en dus de drukdaling op nul gehouden worden.

7)     Beter voor het klimaat: gas uit het Groningen veld is beter voor het klimaat dan import gas met stikstof gemengd.  Een pol in het FD laat zien dat 40% van stemmers het een goed besluit vindt om het Groningen veld dicht te doen omdat het ‘hoog tijd is om over te stappen op duurzame energie”. Helaas is de realiteit anders. Het merendeel van het Gronings gas wordt namelijk niet vervangen door duurzame energie maar door import gas wat ook nog eens bijgemengd moet worden met stikstof.  Dus we stappen over naar energiebronnen met een veel grotere emissie van broeikasgassen. Voorlopig betekent dit besluit dus een significante toename van het primaire energiegebruik en de broeikasgasemissies. Net als andere nadelen van dit besluit (bijvoorbeeld de kosten…) heeft het kabinet besloten hier maar even niet aan te gaan rekenen en is dit niet in beeld gebracht.

8)     Beter voor de portemonnee: gebruik van Gronings gas in plaats van Russich gas is beter voor de staatskas en dus voor de samenleving in bredere zin. Heel eigenaardig is dat deze regering lijkt te denken dat als veiligheid voorop staat dat je dan helemaal niet meer in kaart hoeft te brengen hoeveel het allemaal gaat kosten. Geld speelt geen rol en het kost wat het kost. Een dieptepunt in de politieke besluitvorming. Voor heel veel redenen.
In principe zegt de minister dat doorgaan op de huidige weg (veel schades, ontwrichtend versterkingsprogramma, beschadiging erfgoed) niet acceptabel is en dat hij dat niet wil afwegen tegen ‘geld’. Daar is veel sympathie voor. Maar als je door drukstabilisatie ook de vele schades, het versterken, et cetera, zou kunnen voorkomen dan zou dat bezwaar wegvallen, en zou je wel kunnen en moeten gaan kijken naar wat de kosten en baten zijn van op die manier gas produceren, en zou dat nog de moeite waard zijn of niet? Kennelijk had ook de Mijnraad de intentie om hierop aan te dringen (met spoed onderzoeken en in werking stellen van drukstabilisatie) maar dat advies was niet gewenst want dat zou de besluitvorming alleen maar compliceren voor de minister.  

Dus minister, pak nu even goed door en ga behalve de productie verlagen ook de drukken in het veld zo snel mogelijk stabiliseren. Ga niet wachten op de volgende zwaardere beving om dit besluit te nemen. Doe het nu. Dan komt er pas echt rust in de ondergrond en in de samenleving!

Vervolgens wordt het vanuit die rust misschien ook mogelijk om betere besluiten te gaan nemen over de toekomst  (of niet ) van het Groningen gasveld.

P E R S B E R I C H T

 

11-01-2018

 

Oproep aan Minister Wiebes: Laat snellere manieren om bevingen in Groningen tegen te gaan onafhankelijk onderzoeken

 

De snelste manier om zowel het aantal als de zwaarte van de bevingen in het meest risicovolle deel van Groningen te verminderen is door snel te beginnen met injectie van stikstof in het noorden van het veld. Verdere drukdaling door gaswinning kan hierdoor worden tegengegaan. Daarmee wordt een hoofdoorzaak van de bevingen weggenomen. Het is opmerkelijk dat deze optie in het debat over Groningen tot op heden nauwelijks aandacht krijgt.

 

Van vele kanten wordt gepleit voor het ontwikkelen van een breed gedragen Deltaplan voor Groningen. Hiertoe zouden de betrokken overheden gezamenlijk een brede, onafhankelijke stuurgroep moeten opzetten. Voor wat betreft de verdere winning van gas uit het Groningenveld zou een hoofdtaak van deze stuurgroep moeten zijn fundamenteel en eerlijk op de winning te reflecteren. Wat is de snelst denkbare termijn waarop de bevingen kunnen stoppen? Welk niveau van aardgaswinning is de komende jaren dan nog mogelijk? Welke aanpak is hiervoor nodig en hoe kan deze worden gerealiseerd? Wat zijn hiervan de te verwachten kosten en baten en hoe kan de voorgestane aanpak optimaal bijdragen aan de beoogde transitie naar een CO2-arme energievoorziening in ons land?

 

 

Veel Groningers en betrokken partijen hadden de hoop dat door het lagere productieniveau van aardgas in Groningen er minder bevingen zouden optreden en die bevingen ook minder zwaar zouden zijn. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) heeft die suggestie meerdere malen gedaan, en zelfs gesuggereerd dat er een ‘veilig winningsniveau’ van 12 miljard kubieke meter aardgas per jaar zou bestaan waarbij er nagenoeg geen bevingen meer zouden optreden. De grote beving bij Zeerijp van 3.4 op de schaal van Richter op 8 januari 2018 heeft aan deze hoop een abrupt einde gemaakt.

 

Fysisch gezien was voor deze hoop ook weinig grond. Bevingen, ook zware, kunnen nog vele jaren optreden. En zolang door aardgaswinning de druk in het Groningenveld blijft dalen zullen bodemdaling en bevingen gewoon doorgaan. Bij steeds lagere drukken in het veld ligt het fysisch gezien zelfs voor de hand dat de frequentie en zwaarte van de bevingen toenemen per gewonnen hoeveelheid aardgas.

 

Verschillende regionale partijen hebben inmiddels opgeroepen tot ‘bezinning’ en een ‘pas op de plaats’. De huidige aanpak heeft een enorme impact op de bevolking. Er is heel veel sloop en nieuwbouw nodig en ook ligt er een uitzichtloze periode van bevingen en schade voor ons. De bedreiging van monumenten en de vele karakteristieke panden is groot. Begrijpelijk dat de Raad van State heeft aangegeven dat het gebrek aan perspectief een te zware wissel trekt op de regio.

 

In reactie op de beving van 8 januari 2018 vallen bestuurders over elkaar heen om te benadrukken dat ze heel goed begrijpen dat de gaswinning zo snel mogelijk zo veel mogelijk omlaag moet omdat dit “de enige manier is om de bevingen te reduceren”. Maar is dit juist?

 

Recent onderzoek van GasTerra suggereert dat het onmogelijk is om eerder dan 2030 à 2035 de gasproductie uit het Groningenveld geheel te stoppen, zelfs wanneer alle middelen hiertoe worden benut. Daarna zal in het veld nog drukvereffening plaatsvinden. Dit leidt tot verdere daling van de druk in het aardbevingsgevoelige noordelijke deel van het veld met het bijbehorende risico van bevingen. Bevingen vinden bij deze aanpak in Noord-Nederland nog tot waarschijnlijk 2035 à 2040 plaats . In onze visie kan en moet dit veel sneller! Dit kan door een lagere winning van aardgas uit het veld te combineren met stikstofinjectie in het veld; dit voorkomt verdere daling van de druk in het veld en neemt de drijvende kracht achter bevingen weg.

 

Stikstofinjectie kan binnen 4 tot 5 jaar opgestart worden. Vanaf 2023 kunnen de bevingen dan afnemen en weer 5 jaar later zou het mogelijk moeten zijn om een stabiele situatie in de ondergrond te creëren. Omdat de drukken in het veld constant blijven, ondanks de gasproductie. En mocht in 2028 de conclusie zijn dat deze aanpak onvoldoende effectief is, dan kan alsnog besloten worden om de productie in 2030 te staken. De beschikbare stikstof kan dan worden gebruikt om hoogcalorisch importgas om te zetten naar gas van Groningen-kwaliteit.

 

De voorgestelde insteek pakt de oorzaak van de bevingen bij gaswinning aan. Daarom heeft onder meer de Mijnraad al in 2016 aanbevolen de optie van drukhandhaving door stikstofinjectie verder te onderzoeken. Realisatie ervan kost geld maar levert in de loop der jaren een veelvoud hiervan aan waarde op. Deze middelen kunnen bijdragen om de leefbaarheid van het getroffen gebied te vergroten en de overgang naar een CO2-arme energievoorziening te bespoedigen. Ook biedt de voorgestelde aanpak diverse kansen voor innovatieve ontwikkelingen in het Eemsmondgebied.

 

CONTACT

Email: info@overleggroepgroningen2punt0.com

 

 

Perscontactgegevens:

-  Ir Margriet Kuijper – 06 137.30.790 - kuijpermargriet@gmail.com –Consultant project management,, CO2 opslag, risico-management (ex NAM aardbevingen manager)

 

- Marjon Edzes MGM – 06 144.40.330 – marjonedzes@gmail.com - Museum directeur/communicatie

 

Contactgegevens:

- Prof. Dr. Wim Turkenburg – 06 518.22.609- wim_turkenburg@hotmail.com – Emeritus hoogleraar Science, Technology & Society

 

- Ir Pieter Kapteijn - 06 233.92.541 - pieter.kapteijn@trigenenergypd.com - Technologie en Innovatie in Olie en Gas 

https://www.facebook.com/pg/overleggroepgroningen2.0/about/?ref=page_internal

 

Perscontactgegevens:

-  Ir Margriet Kuijper – 06 137.30.790 - kuijpermargriet@gmail.com –Consultant project management,, CO2 opslag, risico-management (ex NAM aardbevingen manager)

 

- Marjon Edzes MGM – 06 144.40.330 – marjonedzes@gmail.com - Museum directeur/communicatie

Contactgegevens:

- Prof. Dr. Wim Turkenburg – 06 518.22.609- wim_turkenburg@hotmail.com – Emeritus hoogleraar Science, Technology & Society

 

- Ir Pieter Kapteijn - 06 233.92.541 - pieter.kapteijn@trigenenergypd.com - Technologie en Innovatie in Olie en Gas 

 

De Overleggroep Groningen 2.0 is ervan overtuigd dat de mate van seismiciteit (frequentie en relatieve zwaarte van aardbevingen) in Groningen sterk kan verminderen door behalve productievermindering tevens zo snel mogelijk het aardgasvolume dat nog uit de bodem gehaald wordt te compenseren door het gelijktijdig bijvullen met hetzelfde volume aan stikstof.  Door deze stikstofinjectie treedt er stabilisatie (of handhaving) van de druk in het gasveld op.

De groep, voornamelijk bestaand uit ingenieurs, pleit voor onderzoek naar deze optie en heeft daarom een plan op hoofdlijnen opgesteld. Drukhandhaving door middel van  stikstofinjectie kwam al bij eerder onderzoek uit de bus als alternatieve maatregel om de seismiciteit te verminderen. Omdat de gasproductie in Groningen nu substantieel naar beneden gaat, is de haalbaarheid van deze alternatieve maatregel sterk toegenomen. Immers, er wordt minder gas gewonnen en daarmee  zijn schaalgrootte en dus ook kosten en impact van de benodigde stikstofinfrastructuur aanzienlijk lager.

Wat we proberen te bereiken met dit plan:          
We willen dat de bodem van Groningen zo snel mogelijk stabiliseert. Omdat zelfs bij een algehele productiestop de druk in het aardbevingsgevoelige noorden nog een aantal jaren daalt (het gas stroomt nog naar het zuiden van het veld waar de druk nu al lager is), willen we stikstofinjectie toepassen, waarmee het reservoir op gecontroleerde manier op constante druk gehouden kan worden in de afbouwfase. Dit neemt geleidelijk de drijvende kracht achter de bevingen weg omdat de voortschrijdende compactie (of inklinking) van het veld vermindert en uiteindelijk gestopt wordt.

 

            
Figuur 1: Verdere drukdaling bij verschillende scenario’s

We streven naar een integrale benadering die ons in staat stelt om van een reactief naar een proactief beheersscenario te komen. De injectiefaciliteiten maken het mogelijk om zowel tijdens de gasproductie maar ook erna gericht in te grijpen om de risico’s op bevingen zo veel mogelijk te beperken.      Het biedt een extra knop om aan te draaien indien nodig.
 

Rust in grond en leven

We doen dit vanuit de visie dat de Groningers nu recht hebben op rust in de ondergrond en rust in hun leven. Dat kan alleen als de bevingen en de bijbehorende (herhaalde) schades   zo snel mogelijk worden ‘afgebouwd’. Wij denken dat het niet reëel is om de gasproductie te stoppen binnen enkele jaren en daarom pleiten wij ervoor om deze optie in ieder geval zo snel mogelijk te onderzoeken en in gang te zetten.       

 

Het Groningen 2.0 plan biedt een aantrekkelijke en technisch haalbare kans om de bevingsrisico’s van de gaswinning snel en substantieel te verkleinen door stabilisatie van de ondergrond. Dit biedt de beste kansen om het karakter en aanzicht van het Gronings landschap en erfgoed te behouden.  Het stopt ook de verdere bodemdaling die volgens sommigen ook problemen oplevert in het gebied. En, indien succesvol zou het op termijn ook de kans bieden voor Groningen om zich te profileren op het gebied van innovatieve energietransitie oplossingen. Hiermee kan Groningen een essentiële bijdrage leveren aan het bereiken van onze nationale emissiereductie-doelstellingen, gebruikmakend van Nederlandse kennis en eigen natuurlijke middelen en expertise.

 
 

2.3 Algemene studie van TNO  naar injectiebevingen

In 2015 publiceerde TNO een algemene studie getiteld ‘

Injection-Related Induced Seismicity and its relevance to Nitrogen Injection: Description of Dutch field cases , zie:

http://www.nlog.nl/cmis/browser?id=workspace%3A//SpacesStore/f5755cac-ecd9-4c9f-937f-2a8e4de2f3b4 .

Een van de conclusies van het rapport luidt als volgt:

“The absence of significant seismicity during the re-pressurization of the Bergermeer, Norg and Grijpskerk Rotliegend reservoirs may be interpreted as a first indication that for Rotliegend sandstone reservoirs the effect of differences in stress path coefficients during production and injection on fault stability is limited. However, it should also be kept in mind that differences between individual fields can be very large and mechanisms of fault reactivation are in most cases still poorly understood, which means observations from analogue injection field cases can easily be over-interpreted.”

Een belangrijke conclusie uit dit rapport is dat de Mmax toeneemt naarmate de netto productie of injectie toeneemt. In Groningen is inmiddels al ruim 2000 miljard m3 gas geproduceerd. Deze hoeveelheid valt ver buiten deze grafiek. Vanuit dit perspectief zou je zelfs kunnen beargumenteren dat het goed zou zijn om de druk in het Groningen veld weer wat omhoog te brengen om de opgebouwde spanning in het reservoir te reduceren.

Bij veel injecties gaat het om de injectie van vloeistof en niet van gas. Gasinjectie is fundamenteel anders omdat de viscositeit van gas significant lager is dan van water/vloeistof. Geïnjecteerd gas verspreidt zich veel sneller. Daardoor stijgt de druk bij de put beperkt en wordt het geïnjecteerde gas in het reservoir redelijk gelijkmatig over een groot gebied verspreid waardoor de druk langzaam en geleidelijk stijgt. Het injecteren van gas gaat makkelijker dan het injecteren van vloeistof omdat het gas geen capillaire weerstand ondervindt. Dit betekent dat de drukstijging rondom de put snel afneemt als functie van de afstand van de put.

In dit rapport wordt ook gesteld dat als de druk niet boven de initiële reservoirdruk uitkomt de kans op  een injectiebeving klein is (zelfs bij vloeistofinjectie): "... injection of fluid in depleted reservoirs (such as in secondary recovery stimulation—waterflooding) is unlikely to create an earthquake, irrespective of the volume of fluid injected, if the pore pressure remains below pre-production values."

 

2.2 Bevingen bij de winning van gas uit het Lacq veld in Frankrijk

Wat de onderstaande grafiek voor het Lacq gasveld goed laat zien is dat (zoals bij de meeste gasvelden met bevingen) de bevingen pas beginnen bij een bepaalde drukdaling/compactie en dan ondanks de steeds lager wordende productie doorgaan tot het eind van de winning. Ook in het Annerveen veld in NL waren nog een aantal bevingen >2 toen de productie al jarenlang heel laag was. In de meeste kleinere velden stoppen de voelbare bevingen redelijk snel na het stopzetten van productie.

De situatie in Groningen is overigens anders omdat dit een heel groot veld betreft waarbij nu al voor meerdere jaren voornamelijk uit het zuiden geproduceerd wordt. Hierdoor is de druk in het gebied met de relatief zwaardere bevingen (nabij Loppersum) nu ca. 20 bar hoger is dan in het zuidelijke deel van het veld. Bij stopzetten van de productie zal de druk in het noordelijke gebied daarom nog jaren dalen (en in het zuiden zal de druk licht gaan stijgen), totdat de druk in het Groningenveld overal gelijk is. Tijdens de verdere drukdaling kunnen de aardbevingen nog doorgaan.

En dan zijn er ook nog ‘combinatie-bevingen’: bij activiteiten in gebieden met natuurlijke bevingen kunnen bevingen mede-veroorzaakt worden door menselijke activiteiten.

In Groningen is geen natuurlijke seismiciteit, dus alle bevingen zijn daar veroorzaakt door de gaswinning. Natuurlijke bevingen vinden doorgaans ook op veel grotere diepte plaats dan de bevingen in Groningen die op de diepte van het gasreservoir plaatsvinden (3 km).

De belangrijkste oorzaak van geïnduceerde bevingen is drukverandering. Drukverandering treedt op bij gaswinning maar ook bij bijvoorbeeld de bouw van grote stuwdammen en bij kolenwinning. De druk in de ondergrond kan ook veranderen door gas- of vloeistofinjectie.

  1. Wat weten we over geïnduceerde bevingen?

Er is veel geschreven over geïnduceerde bevingen. Voor het concept van drukhandhaving in het Groningenveld is het belangrijk om te weten dat er binnen de Overleggroep Groningen 2.0 geen voorbeelden bekend zijn van voelbare bevingen  bij injectie van  gas in een reservoir waarvan de druk ver onder de originele druk ligt en daar bij de injectie ook ver onder blijft. Wanneer een veld al seismisch actief was (zie bijvoorbeeld Bergermeer) dan kunnen er nog wel heel kleine bevingen optreden.

Er is redelijke consensus dat Mmax (maximaal mogelijke magnitude oftewel maximaal mogelijke aardbeving) toeneemt naarmate er netto meer massa of volume onttrokken wordt uit de ondergrond (zie ook hieronder).

Bijna alle zwaardere geïnduceerde bevingen veroorzaakt door injectie traden op bij vloeistofinjectie (meestal water) of bij injecties waarbij de druk bij de injectieput boven de originele reservoirdruk kwam.

 

2.1 Internationaal overzicht van geïnduceerde bevingen

Een goed internationaal overzicht van geïnduceerde seismiciteit is te vinden in: http://home.ustc.edu.cn/~ly2014/Advances_in_Geosciences/_document/Induced%20Seismicity%20Potential%20in%20ENERGY%20TECHNOLOGIES.pdf

Informatie over geïnduceerde bevingen

 

Bevingsreductie door Drukhandhaving in het Gasveld Groningen


Projectnotitie - 02-02-2018

 

 

 

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Korte technische omschrijving van het plan

 

Het Groningen 2.0 plan omvat op hoofdlijnen de volgende stappen:

 

  1. Test: Het op korte termijn voorbereiden en uitvoeren van een aantal korte injectietesten in het noorden van het Groningenveld (met aardgas) in putten op bestaande clusters. Hierbij zal nauwkeurig gemeten worden of (en in welke mate) gasinjectie invloed heeft op de lokale seismiciteit in de onmiddellijke omgeving.

     

  2. Ontwerp: Het tegelijkertijd verder bestuderen en ontwerpen van een noord-zuid injectie/verdringingsplan, waarbij stikstof in het noorden van het veld in zorgvuldig geselecteerde putten van de nu ingesloten productielocaties wordt geïnjecteerd, om op vrijwel constante druk het aardgas te verdrijven naar het zuiden, waar het geproduceerd kan worden uit bestaande clusters.

     

  3. Installatie: Installatie van de benodigde faciliteiten, waarvan de belangrijkste is een cryogene[1] stikstoffabriek ook wel Air Separation Unit (ASU) genoemd. De ASU moet in het Eemshavengebied worden geplaatst. De ASU is zeer vergelijkbaar met de door Gasunie geplande stikstoffabriek in Zuidbroek.           

    De gedachte achter deze benadering is dat de druk in het seismisch gevoeliger noorden zo snel mogelijk moet worden gestabiliseerd, binnen de veilige grenzen die de injectietesten aangeven. Volumetrisch wordt er daarna uit het gehele veld niet meer aardgas geproduceerd dan er stikstof geïnjecteerd wordt. Zo wordt de bestaande drukverdeling in het veld min of meer constant gehouden en stopt de bijbehorende samendrukking van het gesteente, waardoor ook de bevingen op termijn afnemen. De uiteindelijke beslissing en de schaal waarop het ontworpen plan wordt uitgevoerd is afhankelijk van de uitkomst van stap 1: de injectietest. Het niveau van injectie zal waarschijnlijk worden bepaald (door de minister) op basis van veiligheidstechnische afwegingen en leveringszekerheid overwegingen. Uitgangspunt van het 2.0 plan is dat de bevingen zodanig gereduceerd worden dat verplicht versterken van woningen in de nabije toekomst onnodig wordt. Voor een eerste concept zijn we in deze notitie uitgegaan van een gasproductie van 15 miljard m3/j.   
    In het onverhoopte geval dat de injectietesten onvoldoende aantonen dat het 2.0 project kan slagen dan kan de (al bestelde) stikstoffabriek ingezet worden om de productie nog sneller af te bouwen. Het stikstofgas zal dan aangewend worden om hoogcalorisch importgas door toevoeging van stikstof op laagcalorische Groningen kwaliteit te brengen.

     

Uitvoering van het 2.0 Plan omvat:
 

  1. Het bouwen van de gekozen stikstofproductiecapaciteit ten noorden van het veld: waarschijnlijk in het Eemshaven gebied, om bestaande en toekomstige synergieën te realiseren. Het al bestaande Gasunie-ontwerp van een stikstoffabriek zal hierbij als basis dienen. Dit zal waarschijnlijk gefaseerd gebeuren: de benodigde stikstof-capaciteitsproductie wordt verdeeld over meerdere modules.         
    De eerste module kan al in 2018 besteld worden. In feite een fabriek zoals ook door Gasunie al gepland was. Zodra duidelijk is dat het drukstabilisatieplan zal worden uitgevoerd (waarschijnlijk na de injectietesten) worden de overige modules besteld. Met de stikstofinjectie moet sowieso langzaam begonnen worden. Na de start kunnen de injectiehoeveelheden geleidelijk en gecontroleerd opgevoerd worden. Daarom is het ook niet nodig om de volle stikstofproductiecapaciteit meteen beschikbaar te hebben.  
     

  2. Het aanleggen van stikstofpijpleidingen naar de noordelijke clusters; dat zijn voormalige gasproductielocaties, zoveel mogelijk langs bestaande leidingtracés.

     

  3. Het converteren van +/- 15 bestaande productieputten naar injectieputten.
     

  4. Eventueel installatie van kleine boostercompressoren[2] op de injectielocaties (of dit nodig is moet nog verder onderzocht worden).
     

  5. Het aanleggen van een observatiesysteem, zowel aan de oppervlakte als in de putten, om vroegtijdige controle over lokale injectievolumes mogelijk te maken, indien veranderingen in seismiciteit worden gemeten.         
     

De verwachting is dat indien dit jaar wordt besloten tot het bestellen van de eerste stikstofproductiemodules en tot het doen van injectietesten dat dan in 2022 begonnen kan worden met drukstabilisatie in het noorden van het veld. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat gezien het maatschappelijk belang van het zo snel mogelijk reduceren van de bevingen, de vergunningenprocedures niet onnodig vertraagd zullen worden. De eerste effecten zullen al het volgend jaar merkbaar en meetbaar zijn en rond 2025 zou met redelijke zekerheid gesteld moeten kunnen worden of de drukhandhandhaving het gewenste en verwachte effect heeft op de bevingen. 

Tegen die tijd is ook veel duidelijker in hoeverre het gelukt is om met name de consumptie van Gronings gas door huishoudens te verminderen (we gaan er gemakshalve vanuit dat dat bij de grotere gebruikers dan inmiddels gelukt is). Op basis van die informatie zal dan besloten moeten worden wat er met het gasveld gedaan gaat worden.

 

Indien de bevingen onvoldoende gereduceerd zijn dan kan gestopt worden met stikstofinjectie en kan de volledige stikstofproductie worden ingezet om import gas om te zetten naar Groningse kwaliteit en kan de productie uit Groningen alsnog snel naar nul gebracht worden.

 

Klimaatneutraal

Indien deze interventie wel succesvol is dan kunnen ook andere opties in beeld komen. Interessante opties op termijn die wij zien zijn bijvoorbeeld het aanleggen van een ‘oxy-fuel’ elektriciteitscentrale zodat de elektriciteit die nodig is voor de gasproductie CO2-neutraal gemaakt kan worden. Zuurstof is een bijna gratis bijproduct bij stikstofproductie. Bij verbranding met zuurstof komt pure CO2 vrij en zijn de kosten voor afvang dus veel kleiner dan bij normale gascentrales. Als de geproduceerde CO2 wordt opgeslagen (CCS) dan is de geproduceerde elektriciteit CO2-vrij (of klimaat-neutraal). Ook biogas kan efficiënt, zonder dure voorbehandeling, omgezet worden in elektriciteit in een oxy-fuel centrale en kan in combinatie met CO2-opslag zelfs netto CO2 uit de atmosfeer halen en dus zogenaamde negatieve emissies opleveren. Tevens kan er dan met het aardgas zogenaamde ‘blauwe’ waterstof gemaakt worden waarbij de CO2 wordt opgeslagen (CCS). Hiermee kan een flinke opschaling en versnelling van een waterstofeconomie worden bewerkstelligd in noord Nederland.

 

Waar gaat die stikstof naar toe onder de grond?

De injectie van stikstof in het noorden zal leiden tot het ontstaan van een stikstof ‘front’ dat zich progressief naar het zuiden toe uitbreidt: een zogenaamde ‘sweep’ (zie Figuur 2). Dit leidt tot het toenemen van het stikstofgehalte van het geproduceerde gas, tot op een niveau waarop het niet meer bijgemengd kan worden of geleverd  aan het gasnet. De verwachting is dat dit pas na 7 à 10 jaar  zal gebeuren in de eerste putten in het midden van het veld. 

 

Als dat gebeurt, zijn er verschillende maatregelen die genomen kunnen worden. De putten met een te hoog stikstofgehalte kunnen ingesloten worden, het gas uit die putten kan gemengd worden met hoogcalorisch gas tot de gewenste kwaliteit, of als er tegen die tijd een oxy-fuel centrale gebouwd is dan kan het gas met een te hoog stikstofgehalte naar de Eemshaven gezonden worden. Oxy-fuel centrales kunnen gassen met lage verbrandingswaarden nog efficiënt omzetten in bruikbare elektriciteit.

 

 

Figuur 2: Noord-Zuid beweging van stikstof

             

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is de omvang van het plan en welke geschatte kosten zijn er mee gemoeid?

 

Aangezien het 2.0 plan een variatie is op een in 2013 uitgewerkt scenario (door NAM), zijn er goede schattingen te maken van de totale kosten. Het 2013 scenario ging uit van een veel hoger productieniveau van 42 miljard m3 aardgas per jaar, wat zeer grote stikstof-injectievolumes vereiste van rond de 38 miljard m3 per jaar.   
Het 2013 plan werd destijds begroot op € 6 tot 10 miljard. De belangrijkste verschillen met 2013 zijn: een lagere stikstofcapaciteit van 14 miljard m3 per jaar (voor 15 miljard m3 gasproductie), gebruik van bestaande putten in plaat van 23 nieuwe putten, geen stikstofverwijdering op de productielocaties en veel kortere nieuwe stikstofleidingen.            
 

Op basis hiervan schatten wij de initiële investeringskosten op ongeveer  € 1.5 tot 2.5 miljard.

 

Beoogde ‘opbrengsten’ van dit plan zijn rust in de ondergrond en rust bij de mensen door:

  • een snellere reductie van de bevingen en de additionele bevingsschade ,

  • verminderde omvang van het totale versterkingsprogramma,

  • behoud van het karakteristieke Gronings landschap en monumenten

 

Door op deze manier de bevingen te reduceren kunnen ook de kosten verminderd worden van drastische maatregelen die anders nodig zouden zijn geweest om de vraag naar Gronings gas snel te reduceren.

En potentieel in de toekomst biedt dit mogelijkheden voor de ontwikkeling van innovatieve technologieën die essentieel zullen zijn voor Nederland, maar ook voor andere landen, om de nog toegestane carbon budgets (CO2 uitstoot) van het verdrag van Parijs niet te overschrijden.

 

De economische haalbaarheid en kosten/baten van het plan zullen doorgerekend moeten worden op zowel project-  als nationaal niveau, op basis van een realistische en volledige vergelijking met alternatieven zoals versneld stoppen met de gasproductie en/of ‘doormodderen’ op de huidige manier (steeds voor een paar jaar besluiten).  De volledige investering in drukhandhaving hoeft pas te worden gedaan als de injectietesten positief uitpakken. Dit beperkt het risico dat er geld onnodig wordt uitgegeven.

 

De maatschappelijke haalbaarheid van dit plan is veel uitdagender. Samen met alle betrokkenen zal dit verkend moeten worden, bijvoorbeeld als onderdeel van bredere discussies over een Deltaplan voor de regio.

 

Voor nadere uitleg kunt u contact opnemen met de leden van de Overleggroep Groningen 2.0 (leden van deze overleggroep doen mee op basis van een persoonlijke overtuiging dat de bevingen veel sneller kunnen worden afgebouwd en dat het Groningen gas nog steeds waarde kan hebben zowel vanuit financiële- als vanuit klimaatoverwegingen).

 

Contactgegevens:

-  Ir Margriet Kuijper – 06 137.30.790 - kuijpermargriet@gmail.com   Project management, CO2 opslag, risico-management (ex NAM aardbevingen manager)

- Marjon Edzes MGM – 06 144.40.330 – marjonedzes@gmail.com - Museum directeur/communicatie

- Prof. Dr. Wim Turkenburg – 06 518.22.609- wim_turkenburg@hotmail.com – Emeritus hoogleraar Science, Technology & Society

- Ir Pieter Kapteijn - 06 233.92.541 - pieter.kapteijn@trigenenergypd.com - Technologie en Innovatie in Olie en Gas

 

[1] Cryogeen is koudmakend.

[2] Boostercompressor is een apparaat dat gas op hogere druk kan brengen.

Achtergrondinformatie geïnduceerde bevingen

Projectnotitie: 21-02-2018

 

  1. Natuurlijke bevingen en geïnduceerde bevingen

Het overgrote deel van de aardbevingen die dagelijks wereldwijd voorkomen hebben een natuurlijke oorsprong, zogeheten natuurlijke seismiciteit.

Maar er zijn ook aardbevingen die veroorzaakt worden door menselijke activiteiten, zogeheten geïnduceerde seismiciteit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4 Ervaringen gasopslag Bergermeer

Relevant is ook dat bij de gasopslag Bergermeer door meerdere partijen (bijvoorbeeld ook door Massachusetts Institute of Technology) was gesteld dat verhogen van de druk de kans op bevingen vermindert. Als je naar de resultaten tot nu toe kijkt dan lijkt dat bevestigd te worden.

Opgemerkt moet worden dat bij gasopslag er per definitie sprake is van behoorlijke seizoensfluctuaties (injectie in zomer; productie in winter). Alles behalve dus de ‘vlakke productie’ die nu in Groningen de voorkeur lijkt te hebben. Ondanks deze fluctuaties zijn er nog geen voelbare bevingen geweest. Voor verdere informatie zie:

2.5 Ervaringen met stikstofinjectie bij De Wijk

De Wijk is interessant omdat hier stikstofinjectie plaatsvindt in een bijna leeg gasveld. In het genoemde TNO rapport wordt geconstateerd dat er geen seismiciteit in het De Wijk veld is geweest (bij productie of productie/injectie fase). Een recente paper over dit project is hier beschikbaar: http://sp.lyellcollection.org/content/specpubgsl/early/2018/01/16/SP469.2.full.pdf?ijkey=870zu2eO5VPc0xi&keytype=finite

Vraag en antwoord - Q & A:
Staat uw vraag er niet bij stel hem aan ons info@overleggroepgroningen2punt0.com

 

 

1.Waarom is er bij de start van de gaswinning in 1959 niet direct begonnen met het injecteren van stikstof. Het is toch logisch dat de grond gaat zakken en kraken als je het gas eruit haalt?

 

Op basis van de kennis die er toen was lag dit niet meteen voor de hand. Stikstofinjectie in gasvelden is ook niet gebruikelijk bij het winnen van gas uit nieuwe velden. Stikstofinjectie wordt pas recent als nieuwe technologie toegepast in oude velden om resterend gas er nog uit te kunnen halen.

Alhoewel het achteraf logisch lijkt, was de kans op grotere bevingen in de beginjaren geen bekend en alom geaccepteerd verschijnsel. Pas na de beving van Huizinge in 2012 werd het velen duidelijk dat de bevingen die inmiddels al langere tijd optraden steeds zwaarder konden worden en behalve overlast en schade ook letselrisico’s zouden kunnen veroorzaken. Rond 2012-2013 werd toen door NAM nagedacht over de mogelijkheid van drukcompensatie middels stikstofinjectie.

 

2. Waarom injecteren we geen water?

 

Water injecteren is geen goed idee. Het gas zit in de poriën van het Rotliegend gesteente. Water is veel moeilijker in het aardgasvoerende gesteente te brengen dan een ander gas, zoals bijvoorbeeld stikstof. Bij waterinjectie bouwt de druk snel op. Het gesteente moet als het ware gebroken worden om voldoende water te kunnen injecteren. Deze zelf gecreëerde breuken kunnen verder doorgroeien en in een bestaande geologische breuk uitkomen. Geologische breuken kunnen groot zijn en een dikte van meters hebben.  Ze bestaan vaak  uit zout, klei en ‘troep’. Door waterinjectie kunnen aardlagen langs deze breuken gaan glijden met als mogelijk gevolg bevingen.

Stikstofgas kan met een veel lagere druk geïnjecteerd worden, zonder dat er kunstmatige breuken ontstaan. Ook zijn er veel minder putten nodig dan bij waterinjectie. Daardoor is het een snellere en beter beheersbare techniek om de druk in het veld te stabiliseren.

 

3. Ik heb gelezen dat er in Spanje juist door aardgas te injecteren bevingen ontstonden. Hoe zit dat?

 

Dat klopt. Daar is erg dicht bij een actieve geologische breuk geïnjecteerd en ook in een gebied waar van nature al bevingen voorkomen. Ook ging het hier om een veel minder geschikt gesteente om gas te injecteren, namelijk een dichte kalksteen soort. Ook bestond er een open breuken netwerk, waardoor de hogere injectiedruk zich snel en ver kan verplaatsen. In deze open breuken zat vroeger olie. Verder was de druk van het geïnjecteerde gas hoger dan de originele druk in het reservoir en dat geeft een verhoogd risico dat aardlagen langs de breuken gaan glijden. Je moet dus op andere plaatsen injecteren dan men in Spanje deed. Ook moet je beneden de originele druk in het veld blijven.

Omdat er in Spanje geen geschikte zandsteen gasvelden met poriën voor ondergrondse gasopslag zijn, heeft men opslag in dit moeilijke gesteente uitgeprobeerd. Daar is men na het optreden van de bevingen weer mee gestopt.

In Groningen is de druk in het veld, door de winning van het aardgas, de afgelopen 50 jaar sterk gedaald, van ongeveer 300 bar naar ruwweg 70 bar. Bij stikstofinjectie loopt de druk nabij de injectieput op maar deze blijft ver beneden de oorspronkelijke waarde. Daarnaast moeten we injectieputten kiezen die niet dicht bij een geologische breuk geboord zijn. Mocht dat toch gebeuren - omdat niet alle breuken in het veld goed bekend zijn - en er door injectie toch een trilling of beving ontstaat, dan merk je dat heel snel. Die put is dan niet geschikt om te injecteren. Je kunt er meteen op reageren door te stoppen met injecteren.

Naar ons weten zijn er geen voorbeelden van injectie van gas in een ‘samengedrukt’ gasveld (dus op veel lagere druk dan de originele reservoirdruk) waarbij zwaardere bevingen veroorzaakt zijn.

 

4. Moeten er weer allemaal nieuwe putten geboord worden om te kunnen injecteren?

 

Dat is een van de zaken die verder onderzocht moet worden. In ons plan vindt injectie van stikstof in het noordelijk deel van het Groningenveld plaats. Daar is de druk het hoogst maar daar vinden ook de meeste (grotere) bevingen plaats. Waarschijnlijk kunnen de meeste putten in het Noorden van het veld wel hergebruikt worden. Maar er moet goed gekeken worden of die putten niet te dicht bij gevoelige breuken zitten. Aanleg van enkele nieuwe injectieputten kan noodzakelijk blijken.

 

5. Waarom injecteren we niet met CO2. Is dat ook meteen goed opgeborgen, dat is goed voor het klimaat.

 

Technisch gezien zou dat kunnen maar doordat CO2 op hogere druk heel samendrukbaar is heb je heel veel nodig, meer dan beschikbaar is in de buurt. Ook is er in Nederland voor gekozen om eerst CO2 te gaan opslaan in lege gasvelden diep onder de zee (en voorlopig niet op land). Als we op termijn zekerheid hebben dat drukstabilisatie met stikstof functioneert zoals verwacht en er voor CO2 injectie in een veld op land voldoende draagvlak is ontstaan, kan CO2 injectie in het Groningenveld overwogen worden.

 

6. Wat kost zo’n enorme stikstoffabriek?

 

Dat hangt af van de hoeveelheid gas die geproduceerd en dus (ondergronds) vervangen wordt. Elke twee miljard m3/jaar aan gasproduktie vereist een stikstof installatie van ongeveer € 150 miljoen.

 

7. Kun je niet beter helemaal met de gasproductie stoppen. Dan ben je toch ook van de bevingen af?

De Overleggroep Groningen 2.0 is voorstander van een snelle vermindering van de gasproductie. Die vermindering vergt tijd omdat er op stel en sprong onvoldoende  alternatieven zijn voor Groningsgas. Daarom zal de gaswinning waarschijnlijk nog wel zo’n 10 jaar nodig zijn (volgens TNO). Door stikstofinjectie kan de kans op aardbevingen veel sneller verminderen dan alleen met wachten op insluiten. Helaas is het ook zo dat als we nu helemaal zouden kunnen stoppen met de gasproductie dat dat niet betekent dat de bevingen ook meteen zouden stoppen. Doordat er alleen nog in het Zuiden wordt geproduceerd is de druk daar lager (ruwweg 20 bar lager). Na het stoppen van de productie zakt de druk in het Noorden daarom eerst nog verder en in het Zuiden zullen de drukken wat stijgen, totdat de drukken in het Groningenveld overal gelijk zijn. Mede hierdoor gaan de bevingen nog een aantal jaren door.  Met stikstofinjectie kan je de druk in Noorden constant houden. En na het beëindigen van de winning van aardgas zou je nog even door kunnen gaan met injecteren van stikstof totdat de druk in Zuiden gelijk is aan de druk in het Noorden. Met de stikstofinjectie-installaties heb je dus ook nog een mogelijkheid om in te grijpen nadat de gaswinning gestopt is.  

8. Hoeveel ervaring is er met stikstofinjectie.

 

In De Wijk wordt al ruim 5 jaar in een oud gasveld stikstof geïnjecteerd, met als doel de druk in het veld op peil te houden en  het nog resterende  gas  eruit te halen. Klik op deze link om het filmpje van NAM over dit project te zien.

Technisch gezien is stikstofinjectie heel vergelijkbaar met gasinjectie ten behoeve van gasopslag. Dat wordt wereldwijd op honderden locaties gedaan, en in Nederland bij Norg, Grijpskerk en Bergermeer. Ook bij de productie van gas uit Bergermeer/Alkmaar zijn er meerdere bevingen opgetreden (ook >3 op de schaal van Richter). Nu wordt het veld gebruikt voor gasopslag en dat betekent dus dat er elk jaar gas in wordt gestopt en uitgehaald (geen ‘vlakke productie’ dus). Maar doordat de drukken in het veld nu weer hoger zijn zijn er nagenoeg geen voelbare bevingen geweest.

 

9. Waar halen jullie al die stikstof vandaan?

 

De lucht die we inademen bestaat voor 78% uit stikstof. Die lucht wordt in een Air Separation Unit (ASU) gekoeld tot – 196 0C . Zo kunnen stikstof en zuurstof gescheiden worden. Dat scheiden kost energie. Die energie kan eerst van het bestaande elektriciteitsnet gehaald worden of zelf gemaakt worden met Groningen gas.

Later willen we de energie opwekken met een zogenaamde oxyfuel centrale. Een ASU produceert naast de stikstof ook zuurstof. Die kunnen we gebruiken in de oxyfuel centrale – een centrale die naast warmte en elektriciteit voornamelijk CO2 produceert . Zuurstof kan ook geleverd worden aan (nieuwe) lokale industrie, ziekenhuizen enzovoort.

 

10. Als je stikstof injecteert in het gasveld, wordt het gas toch vervuild met stikstof en waardeloos.

 

Er zit ook nu al stikstof in het Gronings gas. Daarom heet dit gas laagcalorisch gas. Als door stikstofinjectie het stikstofgehalte van het aardgas dat wordt gewonnen te hoog wordt kan dit gas worden gemengd met gas uit bijvoorbeeld Rusland, dat hoogcalorisch is. Ook kunnen we het ’vervuilde’ gas verbranden in de oxyfuel centrale want die kan ook gas met een zeer hoog stikstofgehalte aan.

 

11. Deze hele operatie kost dus energie en levert gas op. Maar dat is toch allemaal ouderwets en er komt allemaal CO2 bij vrij. We moeten toch helemaal over op energie uit zon en wind?

 

De Overleggroep Groningen 2.0 wil ook dat wij en de rest van de wereld zo snel mogelijk klimaatneutraal leven. Hernieuwbare enegiebronnen moeten zo snel mogelijk verder ontwikkeld worden. Maar we hebben helaas heel veel tijd – vele tientallen jaren - nodig om al onze energie uit bijna alleen maar hernieuwbare bronnen te halen, ook als we veel efficiënter met energie omgaan. Ook vergt een energiesysteem dat alleen op zonneenergie en windenergie draait heel veel oppervlak, terwijl Nederlang dat maar heel beperkt heeft

Mondiaal is eind 2015 in  Parijs afgesproken dat we sterk terug moeten in de uitstoot van CO2 en omstreeks 2050 netto geen CO2 meer mogen uitstoten. Het gebruik van fossiele brandstof zal dus op termijn niet meer tot uitstoot van CO2 mogen leiden.

Gas is een relatief schone fossiele brandstof, vergeleken met bijvoorbeeld kolen. Wij willen ons echter inzetten voor ook het CO2-neutraal produceren en gebruiken van het aardgas uit het Groningenveld. Dat kan door het gas om te zetten in elektriciteit of waterstof en de CO2 die daarbij vrijkomt af te vangen en op te slaan in lege gasvelden op zee.  Deze optie is relatief makkelijk te koppelen aan de stikstofproductie maar komt pas in beeld als er zekerheid is over de reductie van de bevingen.

 

12. Wie gaat dit allemaal betalen?

 

Het is in Nederland op dit moment zo geregeld dat van de opbrengsten van het Gronings gas ongeveer 10% gaat naar de bedrijven gaat die het gas winnen en zo’n 90% naar de staat. Deze partijen moeten tezamen de investering betalen om zo snel mogelijk rust in de ondergrond te brengen.
Eventuele investeringen in de toekomst voor CO2-neutrale productie en gebruik van het aardgas (oxyfuelcentrale, waterstofproductie)  kunnen betaald worden uit de verwachte opbrengsten van het aardgas dat nog geproduceerd kan worden. De waarde hiervan schatten we voorzichtig op 75 miljard euro.

 

13. Wanneer zou de stikstofinjectie kunnen beginnen en hoe snel merk je dan dat de bevingen minder worden?

 

Als dit jaar besloten wordt de eerste stikstoffabriek te gaan bouwen, dan kan begin 2022 begonnen worden met stikstofinjectie. Dit kan als het maatschappelijke draagvlak en de politieke wil er is en het vergunningentraject niet met veel vertraging gepaard gaat. Om het risico van injectiebevingen zo klein mogelijk te houden zullen er de komende jaren, op basis van ons plan, enkele gecontroleerde injectie-testen worden gedaan (met aardgas). Op  basis daarvan wordt het injectieplan voor stikstofinjectie opgesteld en verfijnd.  Vanaf 2022 zal de injectie langzaam verder opgebouwd worden naar de volle capaciteit.

Het effect op de bevingen zou snel meetbaar en merkbaar moeten zijn. Eerst door een vermindering van het aantal bevingen en uiteindelijk door het min of meer stoppen van schade-veroorzakende bevingen.

 

14. Waar op de wereld wordt stikstof al geïnjecteerd voor drukhandhaving?

 

In de olie- en gas-industrie is stikstofinjectie een geaccepteerde technologie. Het grootste stikstofinjectieproject ter wereld vinden we in Mexico, in het Cantarell-/Akalveld. Daar wordt sinds 2001 jaarlijks 12,4 miljard m3 aan stikstof geinjecteerd om de druk van het reservoir op peil te houden.

 

15. Op veel gaslocaties staan compressoren. Kunnen die weg als er stikstof wordt geïnjecteerd?

 

Waar gas wordt geproduceerd blijven de compressoren nodig om het gas op voldoende druk aan Gasunie te kunnen leveren. Door stikstofinjectie neemt de druk in het veld echter niet meer af en hoeven er in de toekomst geen extra compressoren meer bijgeplaatst worden als zou worden doorgegaan met gaswinning uit het Groningenveld.

Mogelijk zijn op de locaties waar stikstof wordt geïnjecteerd kleine booster-compressoren nodig. Misschien is het ook mogelijk om de compressie van de stikstof volledig in Eemshaven te doen. Dit moet worden uitgezocht.

16. Tot welke drukverhogingen leidt de injectie van stikstof bij de injectieput?

 

Door de Overleggroep Groningen 2.0 is, ter verkenning, een eerste analyse gemaakt van de te verwachten druk bij en drukverdelingen rondom een injectieput. Die druk moet  weliswaar hoger zijn dan de druk in het veld, maar de injectiedruk moet ook veilig zijn. Hoe lager deze druk, des te kleiner de kans op trillingen of bevingen in het veld bij de put.

Direct rond de put vinden we een benodigde drukverhoging van 20 bar ten opzichte van de bestaande druk in het gasveld. Die waarde is al gehalveerd als je 20 m van de put vandaan bent. Wij zouden deze drukken niet hoog willen noemen. Deze drukken kunnen ook getest worden indien nodig. Na een bepaalde tijd en bij een bepaalde druk (verschillend voor verschillende putten) zal een evenwicht ontstaan tussen het geïnjecteerde stikstofvolume en de hoeveel gas/stikstof dat wegstroomt richting productieputten. Deze stabilisatiedruk wordt gekozen op basis van veiligheid en kan dan niet worden overschreden.  Na het staken van productie kan injectie nog even doorgaan totdat de druk overal hetzelfde is als in het noordelijke, meer bevingsgevoelige gebied (stikstofinjectie-gebied).

 

Ter toelichting hierbij het volgende:

  • De berekeningen zijn uitgevoerd voor een typisch Groningse put.

  • We zijn uitgegaan van een injectie per put van 3 miljoen m3 stikstof per dag. Dit heb je nodig om in 15 putten (13 putten + 2 stand-by putten) circa 14 miljard m3 stikstof per jaar te injecteren.

  • Bij een aardgaswinningsniveau van 12 bcm per jaar waarnaar op advies van de Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zo snel mogelijk wordt gestreefd - i.p.v. 15 bcm/jaar, waarvan wij in onze berekening waren uitgegaan - heb je nog wat minder injectieputten nodig, dan wel minder stikstofinjectie per put (en dan dus ook nog wat minder drukverhoging nabij de put).

  • Tussen het noordelijk deel van de veld (bij Loppersum) en het zuidelijk deel van het veld (waar nu gas wordt gewonnen) bestaat een drukverschil van gemiddeld zo'n 20 bar. Het drukverschil tussen de verschillende winningsputten kan soms oplopen tot wel 50 bar. Binnen dit al bekende werkgebied kan de injectie van stikstof dus plaatsvinden.

  • Bij de keuze van de te gebruiken putten voor injectie zal gebruik gemaakt worden van de geomechanische onderzoeken en kennis over de locatie van belangrijke breuken; er dient voldoende afstand te zijn tot de breuklijnen in het veld en de drukverschillen over deze breuken moeten niet te veel veranderen.

17. Is het ook nodig om nieuwe injectieputten te boren, en zo ja, is dat niet riskant in een seismisch actief gebied zoals Groningen (zie SodM advies over geothermie)?

 

Op de nu ingesloten clusters nabij Loppersum staan in totaal zo’n 50 winningsputten. Deze worden niet meer gebruikt. Voor het injecteren van stikstof in het veld denken we circa 13 putten nodig te hebben (zie ook vraag 16). Er hoeven dus in principe geen nieuwe putten te worden geboord. Dat is een van de redenen waarom het realiseren van drukhandhaving nu een stuk minder kost dan NAM in 2013 dacht. Toen was het idee dat er 20-25 nieuwe putten geboord moesten worden om stikstof te kunnen injecteren, omdat men aannam dat de bestaande putten vrijwel allemaal in gebruik zouden blijven voor aardgasproductie.

 

Overigens zou voor het boren van nieuwe putten hetzelfde gelden als voor de injectie van stikstof: als de te boren putten zorgvuldig geplaatst worden (ten opzichte van de breuken in het veld), dan hoeft dit niet of nauwelijks een nieuw of additioneel seismisch risico op te leveren.

18. In hoeverre wijkt jullie stikstofinjectieplan af van de ideeën die NAM hierover in 2013 heeft gepubliceerd?

28-02-2018

De verschillen zijn groot. Ons stikstofplan is veel minder omvangrijk, en daardoor veel goedkoper en met aanzienlijk minder gevolgen voor het landschap, dan het plan dat NAM in 2013 heeft onderzocht.

De belangrijkste reden hiervoor is dat NAM in 2013 van een veel hoger winningsniveau van aardgas uitging , te weten 30-42 bcm per jaar (1 bcm = 1 miljard kubieke meter). Ook werd aangenomen dat vrijwel al het nog aanwezige aardgas in het veld - anno 2018 nog zo’n 600 bcm – er nog uitgehaald zou kunnen worden. Dit denken is in 5 jaar tijd drastisch veranderd. Nu streeft het kabinet naar een afname van het huidige winningsniveau van ongeveer 22 bcm per jaar naar 12 bcm per jaar, en vervolgens naar nul. Deze afname moet zo snel als mogelijk worden gerealiseerd.

 

Ook in deze nieuwe visie op de aardgaswinning zal er nog veel aardgas uit het Groningenveld worden gehaald, tenminste 120 bcm maar mogelijk ook 150 bcm. De drukverlaging die hiervan het gevolg is, en die tot nieuwe en mogelijk ook grotere aardbevingen zal leiden, kan door stikstofinjectie worden tegengegaan.

 

Dit leidt tot de volgende veschillen tussen ons plan en de ideeën van NAM uit 2013:

 

- Omdat het winningsniveau van aardgas waarnaar nu wordt gestreefd veel lager is dan NAM in 2013 veronderstelde, is de hoeveelheid stikstof die jaarlijks geinjecteerd moet worden ook veel geringer. De te realiseren stikstoffabriek kan daardoor een factor 3 kleiner zijn dan NAM in 2013 dacht. Dit leidt tot substantieel lagere kosten.

 

- In 2013 ging NAM er vanuit dat de stikstof in het gehele Groningenveld zou moeten worden geïnjecteerd, waarvoor dan tot zo'n 25 injectieputten nodig zouden zijn. Thans gaat het om injectie van stikstof in alleen het noordelijke deel van het Groningenveld, nabij Loppersum, waarvoor in totaal 10 of 11 putten nodig zijn (en 2 putten als reserve). Dus wederom een kostenverlaging.

 

- De injectieputten hoeven in het nieuwe plan niet nieuw aangelegd te worden, omdat hiervoor in principe winningsputten kunnen worden gebruik die inmiddels zijn gesloten (in totaal zo'n 50 putten). Ook dit vormt een kostenbesparing.

 

- In 2013 ging NAM ervan uit dat het Groningenveld vrijwel geheel leeg gemaakt zou worden. Door tijdens de winning stikstof te injecteren zou na enkele jaren deze stikstof in toenemende mate weer bij de winningsputten worden opgepompt. Daarom zou bij iedere cluster van winningsputten een Nitrogen Rejection Unit (NRU) moeten worden gebouwd – in totaal zo’n 23 NRU’s. Met een NRU wordt het teveel aan stikstof uit het gas gehaald dat wordt opgepompt en vervolgens wordt de afgescheiden stikstof weer terug in het veld gepompt. Omdat de aardgaswinning de komende jaren alleen nog in het zuidelijke deel van het Groningenveld – ver weg van het gebied waar de stikstofinjectie voor drukhandhaving plaatsvindt – en ook het streven is om de aardgaswinning zo snel als mogelijk af te bouwen, zijn deze NRU's niet meer nodig. Dit scheelt zeer aanzienlijk in de kosten.

 

- En tot slot: omdat de stikstoffabriek een factor 3 kleiner kan zijn, de NRU's niet meer nodig zijn, en de injectie van stikstof in alleen het noordelijke deel plaatsvindt, is de impact op het landschap van de aan te leggen infrastructuur aanzienlijk kleiner dan in 2013 werd gedacht.

19. Als de aardgasproductie binnenkort naar 12 miljard m3/jaar wordt verlaagd is het dan nog wel nodig om stikstof te injecteren? SodM heeft toch gezegd dat het veilig is bij 12 bcm/jaar?

6 maart 2018

 

 

Het klopt dat SodM (Staatstoezicht op de Mijnen) in het advies van 1 februari 2018 heeft aangegeven dat ten behoeve van de veiligheid de gaswinning uit het Groningenveld ongeveer gehalveerd zou moeten worden naar 12 miljard m3/jaar (bcm). In dat advies staat echter ook dat dit niet betekent dat er geen bevingen meer optreden. Daarnaast geeft SodM aan dat verdere reductie van de jaarlijkse productie nodig zal zijn omdat anders de bevingen weer toe gaan nemen (zie ook vraag 7 en 20) en dus niet meer aan de veiligheidsnorm voldaan zal worden.

 

Overigens kijkt SodM in het advies( zie 1) alleen maar naar de norm voor veiligheid zoals aanbevolen door de Commissie Meijdam (zie 2) en overgenomen door minister Kamp[1]. Deze norm betreft de kans op overlijden door een aardbeving (en houdt derhalve geen rekening met alle andere aspecten van veiligheid). De norm voor het maximaal toelaatbare risico is vastgesteld op 0,0001 (1 overlijden per 10.000 blootgestelde mensen per jaar) voor kortere perioden. SodM heeft berekend dat op dit moment het risico groter is, namelijk 0,0002. Dus is hun advies om de productie zo snel mogelijk te halveren, want dan wordt het risico volgens hun model gehalveerd en komt het  op 0,0001.

 

Belangrijk om te weten is dat dit maximaal toelaatbare risico alleen acceptabel is voor kortere perioden. Op termijn moet aan de breed in Nederland geldende norm van 0,00001 (1 overlijden per 100.000 blootgestelde mensen per jaar) voldaan gaan worden. Dit vergt het versterken van woningen of sloop dan wel nieuwbouw van huizen en gebouwen. Hoe lang de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) hiermee bezig mag zijn is nog niet vastgesteld. De minister heeft in november 2015 beloofd hier spoedig op terug te zullen komen (zie 3).

Intussen loopt het versterkingsprogramma moeizaam en het mag duidelijk zijn dat realisatie binnen vijf jaar al niet meer haalbaar is.

 

Samenvattend kunnen we stellen dat zelfs bij een winningsniveau van 12 bcm per jaar er maar voor korte tijd aan de veiligheidsnorm voor tijdelijke situaties voldaan zal worden. Afhankelijk van hoe lang de hele versterkingsoperatie gaat duren zullen er veel woningen zijn die veel langer dan de gebruikelijke 5 jaar niet voldoen aan de landelijk geldende veiligheidsnorm.

 

Daarom is snel beginnen met stikstofinjectie en drukstabilisatie in het noordelijke deel van het veld (waar de risico’s relatief het hoogst zijn) ook bij 12 miljard m3/jaar de snelste manier om de veiligheidsrisico’s substantieel te verlagen. En bij drukstabilisatie verminderen niet alleen de risico’s op dodelijke ongevallen maar ook de andere impacts van bevingen, de kosten en risico’s van bodemdaling, de herhaalde schades, de overlast, et cetera. Kortom, Groningen raakt minder ontwricht.

 

Zie in relatie hiermee ook de recente publicatie van Herman Damveld over dit onderwerp: http://www.co2ntramine.nl/risico-ernstige-aardbevingen-12-miljard/

Zie daarnaast vraag 20 over verwachte ontwikkeling van de bevingen in de toekomst.

 

Referentie:

  1. SodM advies 2018: https://www.sodm.nl/documenten/publicaties/2018/02/01/advies-groningen-gasveld-n.a.v.-aardbeving-zeerijp-van-8-januari-2018

     

  2. Commissie Meijdam advies 2015: https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2015/12/18/eindadvies-commissie-meijdam-bijlage-7/eindadvies-commissie-meijdam-bijlage-7.pdf

    Samengevat:

    De commissie Meijdam adviseerde in 2015 als veiligheidsnorm voor alle bouwwerken in het aardbevingsgebied – dus zowel nieuwbouw als bestaande bouw – een maximaal toelaatbaar individueel risico van 10-5 per jaar (1 overlijden op de 100.000 mensen per jaar) te hanteren. Voor bestaande bouw is een niveau tussen 10-4 en 10-5 tijdelijk aanvaardbaar, mits binnen een redelijke termijn maatregelen worden genomen om het niveau van individueel risico van 10-5 te bereiken. De commissie stelt tevens dat het individueel risico van 10-4 in zoverre een grenswaarde behoort te zijn, dat gebouwen met een hoger individueel risico (dus bijvoorbeeld 10-3) met voorrang moeten worden versterkt. De Minister heeft dit advies overgenomen.

     

  3. Brief Minister van EZ aan Tweede Kamer n.a.v. Advies Commissie Meijdam: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33529-205.html

    Quote:

    “Wat betreft de termijn waarbinnen bestaande gebouwen op het niveau 10-5 gebracht moeten zijn, verwijst de commissie Meijdam naar de bouwwereld, waar een termijn van vijf jaar gebruikelijk is. De commissie geeft daarbij wel aan dat het bepalen van die termijn onderdeel is van de beleidsruimte van de verantwoordelijke overheden en van de Nationaal Coördinator Groningen. Gezien de omvang van de versterkingsopgave vind ik het belangrijk om een realistische termijn te stellen, waarbij sprake kan zijn van een voortvarende aanpak. Ik zal dit doen na overleg met de NCG en zal vervolgens uw Kamer daarover informeren. Klik voor vraag 20...

 

 

.

 

 

 

© 2023 by Sphere Construction. Proudly created with Wix.com

  • Facebook Social Icon

Overleggroep Groningen 2.0

This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now